IBM verloor dinsdag ongeveer een kwart van zijn beurswaarde. De voorlopige cijfers vielen tegen, maar vooral het verhaal achter de tegenvaller schrok beleggers af. Klanten gaven investeringen in AI-infrastructuur voorrang boven mainframes en andere softwareprojecten.
Dat raakt het beeld van IBM als stabiele softwaregroeier. Het roept ook een bredere vraag op: komen AI-uitgaven boven op bestaande IT-budgetten, of gaan ze ten koste van andere software-investeringen? Vier vragen en antwoorden zetten de koersval en de mogelijke gevolgen voor andere softwareaandelen in perspectief.
1. Wat ging er mis bij IBM?
IBM werd tegelijkertijd geraakt door verschuivende klantbudgetten en door eigen uitvoeringsproblemen. Klanten trokken volgens IBM meer geld uit voor chips, servers, opslag en geheugen die nodig zijn voor AI. Daardoor stelden zij aankopen van IBM-mainframes en bijbehorende software uit. IBM profiteerde dus niet of nauwelijks van de investeringen die andere IT-projecten verdrongen.
De groepsomzet steeg daardoor in het tweede kwartaal met slechts 1 procent tot 17,2 miljard dollar. Infrastructure kromp met 7 procent. Hieronder vallen onder meer mainframes, de krachtige centrale computers waarop banken, overheden en andere grote organisaties hun belangrijkste processen laten draaien. Ook de groei bij Software, inmiddels de belangrijkste winstbron van IBM, viel terug. IBM verkoopt daar onder meer programma’s voor dataopslag, beveiliging en automatisering.
Groei IBM slaat in het tweede kwartaal om 
Bron: verslaggeving IBM
Maar IBM kan de tegenvaller niet volledig op zijn klanten afschuiven. Topman Arvind Krishna erkende dat het bedrijf de verschuiving in de vraag wel zag aankomen, maar de omvang ervan onderschatte. IBM paste zijn verkoopinspanningen niet snel genoeg aan, waardoor verschillende grote contracten niet tijdig werden gesloten.
Dat is extra pijnlijk omdat IBM zijn softwareactiviteiten presenteert als stabiel en voorspelbaar. De omzet is grotendeels terugkerend, maar de groei blijft afhankelijk van het moment waarop grote contracten worden getekend. Wanneer die deals doorschuiven, kan de groei dus snel tegenvallen.
2. Waarom verschoven klanten hun IT-budgetten?
De verwachting was lange tijd dat AI-uitgaven boven op het bestaande IT-budget zouden komen. Bedrijven zouden investeren in chips, servers en datacenters én tegelijkertijd hun software en kernsystemen moderniseren. Ook IBM rekende daar in april nog op.
Volgens IBM bleek die financiële ruimte in het tweede kwartaal kleiner dan gedacht. Klanten zouden uit vrees voor tekorten en prijsstijgingen aankopen van servers, opslag en geheugen naar voren hebben gehaald. Daardoor schoven investeringen in mainframes, reguliere software en andere moderniseringsprojecten naar achteren.
Als die verklaring klopt, moeten bedrijven dus scherpere keuzes maken binnen hun IT-budget. Krishna stelt dat klanten voorlopig vooral prioriteit geven aan de fysieke infrastructuur die nodig is om AI te draaien en aan cybersecurity. Andere softwareprojecten verdwijnen daarmee niet, maar moeten volgens het bedrijf langer wachten.
3. Waarom verloor IBM op één dag een kwart van zijn beurswaarde?
De koersval volgde op een periode waarin de verwachtingen rond IBM juist snel waren opgelopen. Eind mei kondigden IBM en de Amerikaanse overheid plannen aan voor een quantumchipfabriek, gesteund door een voorgestelde subsidie van 1 miljard dollar.
Kort daarna begon Barclays het aandeel te volgen met een koopadvies en een koersdoel van 350 dollar. De bank zag IBM als een stabiele softwaregroeier, met quantumcomputing als mogelijke extra bron van toekomstige waarde. J.P. Morgan rekende later in juni bovendien op een versnelling van de softwaregroei in de tweede jaarhelft.
De voorlopige cijfers raakten precies dat optimistische beeld. IBM stelt dat een deel van de omzet slechts is uitgesteld, maar beleggers weten niet of alle gemiste contracten later alsnog worden gesloten. Klanten kunnen projecten ook verkleinen, opnieuw beoordelen of schrappen.
Optimisme rond IBM slaat in enkele weken volledig om
Bron: Bloomberg
Uitstel raakt IBM op twee manieren. Een deel van de omzet en winst komt later binnen. Belangrijker is dat beleggers minder vertrouwen krijgen in de voorspelbaarheid van de groei. Daardoor rekenen zij niet alleen op lagere winst, maar zijn zij ook bereid minder te betalen voor iedere dollar toekomstige winst.
4. Wat betekent dit voor andere softwareaandelen?
De waarschuwing van IBM raakt vooral de groeiverwachtingen van andere softwarebedrijven. Klanten zullen hun bestaande financiële, personeels- of klantensystemen niet snel vervangen. Een overstap van SAP, Workday of Salesforce is duur, ingewikkeld en riskant. De bestaande omzet is daardoor relatief goed beschermd.
Dat geldt minder voor de omzetgroei boven op die basis. Veel softwarebedrijven rekenen erop dat bestaande klanten extra modules afnemen, aanvullende functionaliteiten toevoegen en grotere contracten sluiten. Zulke uitbreidingen kunnen worden uitgesteld zonder dat de dagelijkse bedrijfsvoering direct in gevaar komt.
Vooral bedrijven waarvan de waardering sterk leunt op die extra groei, of waarvan klanten relatief makkelijk kunnen overstappen, zijn kwetsbaar. De kernactiviteit kan intact blijven, maar de omzetgroei alsnog duidelijk achterblijven bij de verwachtingen van beleggers.
Softwarebedrijven proberen die druk op te vangen met eigen AI-producten. Salesforce doet dat met Agentforce en ServiceNow met Now Assist. De vraag is of die producten snel genoeg omzet opleveren om vertraging bij andere software-investeringen te compenseren.
De kern is daarom niet dat bedrijven massaal hun bestaande software opzeggen. Het risico zit in de groei die beleggers al in de beurskoersen hebben verwerkt. Als AI-infrastructuur langer een groter deel van het IT-budget opeist, worden nieuwe modules en moderniseringsprojecten later besteld. Vooral de – nog altijd – duur gewaardeerde softwarebedrijven kunnen daar hard door worden geraakt.
De komende cijfers van IBM, ServiceNow en SAP moeten uitwijzen of het tweede kwartaal een tijdelijke hapering was, of het begin van een structureel gevecht om het IT-budget.